•
minder onmiddellijk snelheid tot
maximaal 80 km/h (50 mph)
•
voorkom plotselinge of abrupte rem-
en stuurmanoeuvres en wees vooral
voorzichtig bij het nemen van bochten
•
leg geen afstanden van meer dan 80
km (50 mijl) af nadat het defect is
vastgesteld
•
laat de defecte band zo spoedig
mogelijk repareren.
Run flat banden vervangen
WAARSCHUWINGEN
Zorg ervoor dat de werkplaats op
de hoogte is dat uw wagen is
uitgerust met speciale run flat
banden.
Repareer run flat banden die zijn
beschadigd of waarop in lekke
toestand is gereden niet, gebruik ze
niet opnieuw.
Wanneer een run flat band moet worden
vervangen, laat dat de betreffende velg
op beschadiging controleren.
Gebruik geen run flat banden en
standaard banden door elkaar. Bij
een wagen met run flat banden kan
in uitzonderingsgevallen tijdelijk een
standaard band worden gebruikt. Aan de
bestuurder moet worden verteld dat de
standaard band geen run flat
eigenschappen heeft.
Monteer geen run flat banden op
wagens die er niet oorspronkelijk
mee waren uitgerust. Raadpleeg uw
dealer voor meer informatie met
betrekking tot de compatibiliteit.
Run flat banden mogen uitsluitend
worden verkocht en gemonteerd door
speciaal opgeleide en gecertificeerde
bandenspecialisten.
VERZORGINGVAN BANDEN
Zorg voor een langere levensduur ervoor
dat de banden van de voor- en
achterwielen gelijkmatig slijten. Wij raden
aan dat de voor- en achterwielen met
regelmatige intervallen tussen 5.000 en
10.000 km te wisselen.
LET OP
Laat tijdens het parkeren de
bandwangen niet langs
trottoirbanden schuren.
Als u een stoeprand moet oprijden, doe
het dan zo langzaam mogelijk en rijd zo
mogelijk haaks met de wielen het trottoir
op.
Controleer regelmatig de banden op
scheuren, vreemde voorwerpen of
onregelmatige slijtage van het loopvlak.
Ongelijkmatige slijtage betekent dat de
wieluitlijning niet meer aan de specificaties
voldoet.
Controleer iedere twee weken de
bandenspanning (inclusief het
reservewiel) wanneer de banden koud
zijn.
168
Velgen en banden