De HR-vlakschermkap bestaat uit een metalen doosvormig gedeelte met daaronder
een plat gedeelte waarin een uitschuifbare luifel is aangebracht. Het metalen doos-
vormige gedeelte wordt in het keukenkastje ingebouwd (fig 1, 2 en 3).
Houd hierbij rekening met de bovenvermelde montagehoogte.
Met behulp van de vier meegeleverde boutjes wordt de wasemkap aan het hooglig-
gende aflegplankje van het keukenkastje vastgeschroefd, waarbij moet worden opge-
let dat de onderzijde van de kastwand de wasemkap net niet raakt (ca. 1 mm speling).
4. Aansluiting voor luchtafvoer
De kunststof aansluittuit (fig. 4) dient in de opening aan de bovenzijde van de wasem-
kap vastgeklikt te worden. Hierbij dient erop gelet te worden dat de hoge flens van
de aansluittuit naar boven gericht is en de korte zijde vastgeklikt wordt in de
wasemkap. Als de kap uit de verpakking gehaald wordt zit dit andersom.
Figuur 4 aansluittuit
Op de aansluittuit dient een afvoerkanaal met een minimale diameter van 125 mm
aangesloten te worden op het kanaal van het centrale afzuigsysteem.
Voor een perfecte luchtdichte afsluiting is het noodzakelijk de verbinding tussen de
aansluittuit en het afvoerkanaal af te dichten met tape of een slangklem.
Let op! Voor een juiste werking van de HR vlakschermkap moet de benodigde
luchthoeveelheid van het afzuigventiel, waar de kap op wordt aangesloten,
minimaal 125 m
3
/h bedragen. Tevens dient de benodigde luchthoeveelheid van
het ruimtelijke afzuigventiel 25m
3
²/h te bedragen.
In de hieronderstaande tabel wordt de onderdruk van de verschillende modellen HR
vlakschermkappen aangegeven bij een capaciteit van 125m
3
/h en 150 m
3
²/h.
Capaciteit 125 m²
3
/h Capaciteit 150 m²
3
/h
HR 2060/
2 15 Pa 20 Pa
HR 2090/
2 19 Pa 27 Pa
Attentie:
Door een onjuiste aansluiting van een wasemkap ontstaat er extra luchtweerstand
waardoor de afzuigcapaciteit afneemt en de geluidsproductie van de wasemkap zal
toenemen.
Gebruik gladde kanalen met een inwendige diameter gelijk aan de uitwendig diameter
van de aansluittuit van de wasemkap.
Vermijdt vernauwingen en haakse bochten maar maak gebruik van afgeronde bochten
voor een goede luchtgeleiding (zie figuur 5)
8