G
OP EEN VASTE AFVOER AANSLUITEN
Eerst het apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen.
Plaats een pannetje of een passend bakje onder de waterafvoer om even-
tueel weglopend water op te vangen.
Haal de rubberen afsluitdop 8 uit de afvoer.
Schuif een waterafvoerslang (ø 0,5 inch inwendig) over de waterafvoer-
opening.
Het andere einde van de waterafvoerslang naar een daarvoor geschikte
plaats (afvoerputje) laten lopen. Let er daarbij speciaal op dat de afvoerslang
niet gedraaid is of knikken heeft. De slang moet aflopend geplaatst zijn over
de gehele lengte.
ONTVOCHTIGEN
Als het apparaat (vrijwel) uitsluitend als ontvochtiger wordt gebruikt, breng dan
de l u c h tafvoerslang J niet aan en laat de warme lucht teru g s t r omen in de te
ontvochtigen ruimte. U dient wel een waterafvoerslang (ø 0,5 inch inwendig)
naar een daarvoor geschikte plaats te leiden.
H
O N D E R H O U D
G e b r uik voor het regelmatig schoonmaken van de buitenkant van het apparaat
uitsluitend een zachte, vochtige doek.
Het gaasfilter moet regelmatig worden schoongemaakt. Gebruik daarvoor een
stofzuiger. Zie ook hoofdstuk D “Luchtfilter”.
O P M E R K I N G
Gebruik het apparaat nooit zonder gaasfilter.
PAS OP!
Schakel eerst de unit uit en trek de stekker uit het stopcontact voor u
het apparaat of filter gaat schoonmaken of het filter gaat vervangen.
O P M E R K I N G
Bij gebruik als airconditioner wordt onder normale condities het
condenswater via de luchtafvoerslang afgevoerd.
1
84